|| Ciao Adios ||

Volgens Herman Van Veen moet ik rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Doorgaan. Altijd maar doorgaan. Gemakkelijker gezongen dan gedaan. Ik blijf mijn balans zoeken. Alsof ik me dagelijks op een evenwichtsbalk begeef, me gedurende de dag daaroverheen beweeg. Wankelend.

Zelfs Lize merkte het ooit op. Waarop ze me volgende woorden stuurde: “Je kent jezelf goed en weet waar je van gaat wankelen en waar je van blijft rechtstaan. Het is soms moeilijk om jezelf te overtuigen, maar ik weet dat je het kunt. Dat je sterk bent.” En gelijk heeft ze. Ik kan het. Ik ben sterk. Maar nu eventjes niet. De zaken die me doen wankelen overheersen mijn houvast. Hoogtijd om stil te staan. Om te werken aan mijn balans. Maar vooral: om de boosdoeners van het wankel patroon onder ogen te zien, om ze aan te pakken.

De grootste boosdoener: te veel nadenken. Ik, de overthinker, denk te veel na. Veel te veel. In mijn hoofd faal ik duizend keer, raak ik alles en iedereen kwijt en denken mensen de meest rare dingen van mij. Mijn hersenen produceren meerdere rampscenario’s per dag. Constant denk ik na over de gevolgen van alles wat ik doe, iets waar ik zelf soms helemaal knettergek van word. Zelfs een misplaatste emoji kan mijn hersenen al overuren doen maken. Of wanneer iemand bijvoorbeeld zegt dat ik er leuk uitzie begin ik meteen na te denken over waarom iemand dat zegt. Zie ik er op andere dagen niet leuk uit dan? Onzekerheid. Aarzelen. Niet goed weten wat ik moet doen.

Onzeker zijn speelt iedereen wel eens parten, bij hoogsensitieve introverte mensen komt het echter zelfs vaak voor. Niet verbazingwekkend dat mijn onzekerheid dan ook een impact heeft op het dagelijks leven. Een dagelijks leven bestaande uit angsten. Een angst, waardoor ik mezelf laat leiden. Angst om afgewezen te worden, angst om niet goed genoeg te zijn,… Zodanig ben ik snel geneigd om me aan te passen. Om een ander te behagen en erbij te horen. Om ‘normaal’ te zijn. Mijn intern kompas lijkt dan te verdwijnen als sneeuw bij plotse dooi. Door mezelf te vergelijken met anderen.

Grotendeels de schuld van de social media. Beginnend bij Instagram. Door alle selfies van anderen voel ik me behoorlijk onzeker. Een foto van een fris en fruitige persoon met als bijschrift ‘Net wakker, rise and shine’. Als ik uit bed kom, lijk ik op een personage uit ‘The walking dead’. Donkere kringen, ontplofd haar,… Daar kan ik honderd filters tegenaan gooien, maar nog ziet het er niet uit. Hoe kan het dan dat al die mensen er wél zo mooi uitzien in de ochtend? Pieker, pieker.

Soms moet ik gewoon even stoppen met nadenken en gewoon doorgaan met de rest van het goede leven, neem ik mezelf dan voor. Maar ook dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Terwijl ik dagelijks knok om terug vooruitgang te boeken, lijkt mijn ‘to-do-lijst’ voor anderen zo vanzelfsprekend te zijn. Pijnlijk. Pijnlijk om te moeten aanvaarden dat ik voorlopig niet naar de bakker / slager/ winkel durf, wetende dat ik verplicht word om mijn bestelling mondeling door te geven. Dat ik voorlopig niet in staat ben om achter het stuur te kruipen terwijl ik net een parel van een wagen kocht. Dat ik voorlopig niet naar het stad durf uit schrik om geconfronteerd te worden met het verleden. Dat ik voorlopig niet naar bepaalde concerten durf (zoals Intergalactic Lovers en Eefje De Visser, twee concerten waar ik enorm naar uitkeek) om mezelf te besparen van een paniekaanval. Dat ik voorlopig nauwelijks mensen op eigen initiatief durf aan te spreken zodat mogelijks vreemde blikken en reacties voorkomen worden. Enzovoort, enzoverder.

Pijnlijk om op zo’n momenten foto’s te zien verschijnen op social media. Foto’s van mensen die genieten gedurende een concert waar ze zo lang naar uitkeken, die in de auto de meest gekke selfies maken, die afspreken om samen een gezellige avond te hebben, die samen een culinaire verwenning opzoeken, die schaamteloos een selfie van zichzelf online gooien,… Terwijl ik dat niet kan. Of beter gezegd: nog niet kan. Ik moet leren om een leven voor mezelf te ontwikkelen, een leven op maat. Met mezelf als vertrekpunt. Door het feit dat woorden letterlijk zin hebben als ze een punt maken, maak ik een punt.

Ik zet namelijk eventjes een punt achter het gebruik van social media. Een time-out inlassen. Een time-out die ingaat vanaf maandag 13 november 2017. Voor mezelf. Voor hoelang, weet ik niet. Minstens een maand, gok ik. Ik laat de schrik om anderen te storen met een berichtje / reactie, zelfs met het beantwoorden ervan, een tijdje achterwege (sorry aan al de mensen die ik niet meer beantwoorden kan, het gaat eventjes niet). Ik probeer me een tijdje niet druk te maken om de roddels die verspreid worden. Ik probeer een tijdje te leven zonder bevestiging van iemand anders, terwijl ik bevestiging tot op heden vaak nodig heb om me goed te voelen. Ik hoef een tijdje niet meer te zien hoe het gras bij de buren altijd groener lijkt. Ik wil zelf de tijd nemen om mijn eigen gras te verzorgen en water te geven. Zodat het groen wordt. Om maar niet te zeggen ‘net zo groen’ of ‘groener’, want mezelf vergelijken met anderen wil ik allesbehalve. Moeilijke opgave als je veel succesvolle mensen om je heen hebt waardoor het al gauw voelt alsof je het zelf minder doet. Maar hé, het lukt me wel. Zolang ik maar rekening houd met mijn emmertjes.

Emmertjes. Ik ben er inmiddels achter dat mijn emmertje voor sociale contacten slechts één afspraak per week toelaat. Voor mijn nabije familie en collega’s gelden andere regels, die kan ik vaker zien. Maar voor al die andere mensen, geldt hetzelfde. Na twee afspraken op één week stort ik onherroepelijk in. Beschamend en vervelend. Helaas. Niks aan te doen. Wanhopige pogingen om deze eigenschap van mezelf te veranderen. Maar eveneens: helaas.

Gelukkig ben ik iemand die graag alleen zit, noem het een kenmerk van een “hsp’er” (deze laatste term gebruik ik niet graag. Ik heb namelijk een hekel aan hokjesdenken en het laatste wat ik mezelf, na jaren van pesterijen, wilde aandoen was een nieuw etiket). Tekenen, schrijven, musiceren, zingen, liedjes schrijven,… Alleen. Sociale contacten kosten me altijd energie. Anderzijds besef ik dat ik mijn wereld ook niet te klein mag maken. Want hoe nauwer mijn cocon, hoe onbekender alles wordt. En hoe meer angst het onbekende oproept.

Op dat vlak mag ik mezelf gelukkig prijzen met de mensen om me heen. Mensen die me, ondanks de meesten eigenlijk de echte Lies niet kennen, al dan niet bewust uit mijn comfortzone halen. Oude collega’s bij wie ik nog steeds terecht kan (alhoewel ik het de laatste tijd als een drempel ervaar om naar hen toe te gaan. Ik wil hen niet storen met mijn aanwezigheid.). Een aantal vrienden, die ik soms maanden niet zie/hoor, maar waarvan ik weet dat ik op hen zou kunnen rekenen. Sien die keer op keer een glimlach op mijn gezicht weet te toveren. Vader en moeder die, nadat ik hen vorige week op de hoogte bracht van mijn struggles, beiden de tijd nemen om me te blijven aanmoedigen. Maar nu zelfs ook de nieuwe collega’s door wie ik me beetje bij beetje geäpprecieerd voel, vermoedend dat mijn pannenkoekenbak op het werk daar voor iets tussen zit. Enkele nieuwe collega’s doen er zelfs alles aan om me daar te houden, nadat ik hen vertelde over mijn andere optie waar ik liever niet over uitwijk. Zo schreven ze inmiddels op een groot bord dat ik moest blijven, dat ze me graag zien. Of schakelden ze cliënten in die me ‘op het matje riepen’. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het op een bepaald moment zelfs moeilijk kreeg. Tranen vulden mijn ogen, maar rolden niet. Gelukkig maar. Gelukkig. Uit dankbaarheid. Weinig woorden, veel waardering. Alles is daarmee gezegd.

Kortom: ik ben er zeker van dat deze offline-time de nieuwe quality time zal worden. Door offline te gaan motiveer ik namelijk mezelf om in real life contacten te leggen, komen we nader tot elkaar door tot mezelf te komen. Al gaat deze uitdaging uiteraard eveneens gepaard met angsten. Twee angsten: zowel  de ‘Fear of missing out’ als de schrik om nauwelijks nog iets te horen van personen naast het sociaal contact op het werk.  En dat zal ook wel zo zijn, vrees ik. Want veel mensen hebben mijn nummer niet. Beter nog: via gewone berichtjes (je kent ze wel, zo die berichtjes zonder internet, die tegenwoordig niet meer ‘in’ lijken te zijn) heb ik nauwelijks met iemand contact. Het wordt een uitdaging. Zover is duidelijk.

Ciao adios. Ik kom terug. Sterker. Beloofd.

IMG_6802

Afronden doe ik met enkele tips, niet enkel voor mezelf maar ook voor personen die zich herkennen in de situatie:

  • Volg je intuïtie
  • Leg de lat laag
  • Focus op positieve gedachten
  • Wees trots op wat je bereikt
  • Zorg goed voor jezelf
  • Fouten maken mag
  • Grijp kansen
  • Verleg met mate de drempels
  • Een beetje angst is gezond (no worries)

 

XOXO

Lies

Advertenties

|| Als een rups in een cocon ||

Bekneld. Geremd. Gevangen. Als een rups in een cocon die ernaar verlangt om een vlinder te zijn. Een vlinder die zijn vleugels uitslaat en vliegt in vrijheid. Vrij voelen in het zijn. Een uitdaging. Vaak resulterend in onzekerheid en beperking in het bewegen. Radeloos.

Willen vliegen. In een rechte lijn, zonder vluchtwegen te kiezen. Recht op het doel, de toekomst, af. Zonder achterom te kijken. Zoals dansen op een koord, zonder af te wijken. Jezelf laten zien. Zoals je bent. Zonder allerlei remmingen en belemmeringen die je tegenhouden om jezelf te zijn. Zonder altijd om alles in boogjes heen te lopen. Zonder altijd “Goed” te zeggen. “Het gaat goed”. Altijd “Goed”. Het blijkt de kortste route te zijn richting een doodlopende weg.

Willen vliegen. Weg van alles. Alle zorgen. Alle problemen. Gewoon zweven in de lucht. Zonder te vallen, slechts vertrouwend op de wind. Je hart leren “ja” zeggen waardoor je angsten nooit “neen” zullen durven antwoorden. Jezelf uit de comfortzone trekken. Beseffen dat jouw toekomst geen weerspiegeling is van je verleden, maar dat het beeld doorbroken wordt door het bewustzijn van je heden.

Ook ik wil vliegen. Ook ik wil de vrije kant die ook in mij zit, aan de wereld durven tonen. Dat ik kan dansen als ik daar zin in heb, zonder te denken aan wat anderen van mijn moves zullen vinden. Dat ik kan laten zien dat ik heus niet zo stuntelig ben als ik vaak overkom. Dat ik vaker spontaan een praatje kan maken en mijn schrijfsels ook mondeling kan vertellen. Dat ik kan zingen uit volle borst, al zijn er tal van mensen om mij heen. Dat ik kan spelen op mijn gitaar, buiten de muren van mijn kamer. Dat ik mijn tranen ook in gezelschap de vrije loop kan laten en echt kan lachen. Echt kan leven. Dat ik niet langer die rem voel, die schaamte, die angst,… Maar vleugels. Om te vliegen.

Ik kijk op naar mensen die durven vliegen. Niet verbazingwekkend dat ik vroeger vaak op anderen wou lijken. Ik wou erop lijken omdat ik niet meer wist wie ik was, omdat ik zelf niet wist wat werkelijk bij me paste, omdat mijn zelfbeeld tot ver onder nul daalde. Ik wou anders zijn, meer op anderen lijken. Ik vond mezelf nooit goed genoeg (en vind tenslotte mezelf nog steeds nooit goed genoeg). Eén van hen zijn, eens niet mezelf. Ik vond mezelf stom. En dat was niet vreemd, vond ik. Want er waren genoeg mensen die me altijd hadden verteld dat ik stom was. Zij hadden me gemaakt tot wie ik was en daar kon ik niets aan doen. Zij zorgden voor de chaos in mijn hoofd.

Ik schaamde me voor mijn eigen ik. Ik vluchtte voor mezelf (én voor andere omstandigheden). Ik vluchtte naar Peru. Voor enkele maanden. Het probleem was echter dat ik hiermee mijzelf niet zou ontvluchten, maar enkel mijn omgeving. Ik nam mijzelf altijd mee. Ik moest noodgedwongen de confrontatie met mezelf aangaan. Ik moest mezelf leren kennen. Daar kwam ik dan ook tot de ontdekking dat de sleutel naar een beter leven niet ligt in het willen zijn zoals anderen, maar in het worden van jezelf. En geloof me. Dat is geen eenvoudige weg. Klimmen is moeilijker dan vallen.

Vroeger was ik namelijk uiterst verlegen en daar zijn nog steeds restanten van terug te vinden. Ik ben geen makkelijke prater. Ik lijk gesloten, al kan ik schriftelijk een boek zijn. Een boek dat opent en woorden die ik niet uit durf te spreken, toch uitdrukking geeft. Mondeling is echter alles moeilijker voor mij. Ik kan bijvoorbeeld nauwelijks emoties tonen in het bijzijn van anderen. Wat niet betekent dat ik een koud persoon ben. Integendeel. Er is veel dat mij raakt. Alleen blokeer ik als er iemand bij is. Dan begin ik alles weg te lachen. Terwijl het huilen mij eigenlijk nader staat.

Waar ik het meeste van baal is dat alles wat ik onderneem terug zoveel moeite kost. Na enkele maanden vooruitgang geboekt te hebben, las ik al een maand een pauze in. De rem begon het midden september van mij over te nemen. Zomaar. Zo heb ik nu bijvoorbeeld opnieuw schrik om personen toe te laten in mijn leven. Want door personen die ik graag heb op afstand te houden, zorg ik ervoor dat ik niet afgewezen kan worden. Met als gevolg dat ik de vriendschap afrem. Door mijn rem. Het doet me pijn, maar het is sterker dan mezelf.

Ik voel me overbodig, leef liever in mijn hoofd dan in het openbaar. Ik heb zo’n schrik om gezien te worden, om fouten te maken. Wetende dat een mislukking vaak een les kan leren die een succes niet kan. Ik weet eveneens dat ik de ontwerper ben van mijn eigen gedachten. Gedachten die ik voorlopig eventjes niet meer onder controle krijg. Angst, onzekerheid en de rem zijn de boosdoeners. Kleine karaktertrekjes, grote impact veroorzakend.

Zo heb ik bijvoorbeeld veel tijd nodig om me goed te voelen op mijn nieuwe afdeling op het werk. De klik met de bewoners is er al. Maar de drempel om de collega’s te leren kennen, ligt (voorlopig nog) te hoog. Bij aanvang denkend dat het contrast tussen ons te groot was. Nu vermoedend dat ik gewoon bang ben. Bang voor de confrontatie met mezelf. Mezelf: iemand die ik niet ben, maar wel wil zijn. Iemand met een hoog  ‘je m’en fous’-gehalte, zoals Stefanie. Iemand met een ‘spring-in-‘t-veld’-dosis, zoals Marie-Sophie. Iemand met een ‘vleugje’ (HAH!) humor, zoals Michael. Iemand die gekenmerkt wordt als een zeer sociaal wezen, zoals Julie. Iemand die verhalen vertelt (zonder schrik te hebben om anderen hiermee te storen), zoals Inge. Iemand die de knop volledig kan omdraaien naargelang de situatie, zoals Tine. Iemand zonder complexen over haar lengte, zoals Sigrid. En zo kan ik blijven doorgaan. Lieselot, Maria, Delphine, Shauni, Jelina, Prescilla, Christine,… Iedereen. Iedereen op mijn nieuwe afdeling bezit wel een kenmerk én een talent waar ik naar opkijk. En tegen mijn wil in, maakt me dat zo onzeker.

Gelukkig kan ik nog steeds terecht op mijn oude afdeling. Waar de collega’s weten wie ik ben, waar ik zelfs niets hoef te zeggen om begrepen te worden, waar ik gemotiveerd word om kansen te grijpen,… En daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Al hoop ik dat ik snel zal openbloeien op mijn nieuwe afdeling, dat ik iedereen beter zal leren kennen. Daar kijk ik naar uit.

Maar nu, nu is het eventjes moeilijk. Sorry.

IMG_6532

(Maar euh: vang me niet op als ik naar beneden val. Ik ga vanzelf vast wel weer staan. Maar als ik mezelf geen bescherming meer zou bieden, als ik op dreig te geven ook al zie je het niet. Blijf dan hier. Laat me niet in de steek.)

XOXO

Lies

|| September ’17 ||

De laatste zonnestralen schijnen ingetogen. Van een zon die schuchter aan de hemel lijkt. Eerder zachte tinten, niet meer overweldigend. Bewust genietend van de tedere stralen. De lange dagen zijn voorbijgeschoven, het verblindende licht gedempt. De herinnering eraan daarentegen, wordt hecht diep binnenin bewaard. Herinneringen van een mooie maand, september 2017. Wondermooie herinneringen. In het geheugen gegrift. Het is dat geheugen dat bij me bij het wakker worden weer vertrouwd maakt met het leven, alsof er niet een slapen was geweest. Maar een realitische droom. In de realiteit. September ’17 bestond voor mij uit volgende hoogtepunten:

  • Levensloop

9 september 2017. Levensloop Kortrijk, naast het steunen van het goede doel eveneens de ideale gelegenheid om Lize Feryn terug te zien. De persoon die enkele jaren geleden mijn vertrouwen wist te winnen, de persoon die inmiddels meer weet over mij dan wie dan ook. Het voelde dan ook uiteraard enorm goed om haar terug te kunnen omhelzen, om terug een praatje met haar te kunnen slaan. Haar woorden geven me steeds zo veel kracht. Ze hebben me gevormd tot wie ik nu ben. Ze zorgden voor de grootste evolutie. Een evolutie die Lize blijkbaar niet ontgaan was. Ze sprak me erover aan, gevolgd met de woorden “Het doet me echt deugd om je zo te zien!”. Het bracht me tot het besef dat Lize de grote verandering heeft meegemaakt. Ze heeft me gezien in mijn meest breekbare periode. Genant. Maar het feit dat mijn leven intussen grotendeels een andere wending nam, verzacht de genantheid.

IMG_5778

  • Parklife

Op zaterdag 26 augustus maakte ik kennis met mijn all time favourite illustrator en cartoonist Eva Mouton, inclusief met haar vriend Bert. Een week later bevond ik me al bij hen thuis, tijdens Open Studio. Daar grapte Bert “Tot volgende week!”, kwestie van het patroon niet te onderbreken. Al bleek het bij nader inzien niet om een grapje te gaan. Hij deelde een evement mee dat de volgende zondag zou plaatsvinden. Parklife. Een muziekfestival voor families, foodies en friends. Aan de rand van Gent. Midden in de natuur. Doordrongen van prachtige muziek, verkende ik aldus op 10 september het parkbos. De ontdekkingstocht bracht me tot bij Eva en Bert, die beiden enorm enthousiast reageerden. We proestten het uit. Nog voor ik het goed en wel kon beseffen schetste Eva een portret. Van mij. Voor mij. Een echte Mouton enal. Ondertussen werd er over koetjes en kalfjes gepraat, terwijl mopjes zich vermenigvuldigden. Ik kon, en kan het uiteraard nog steeds, niet vatten.

IMG_5824

  • Albumvoorstelling

16 september. Albumvoorstelling “Exhale” van Intergalactic Lovers. Deze Belgische band die het vlot tot buiten onze landsgrenzen schopt, gaf voor de gelegenheid een mini-concert in Antwerpen. En ik was uiteraard van de partij om frontzangeres Lara aan te moedigen. Toen ze me in het vizier kreeg maakte haar gespannen indruk plaats voor een stralende blik. Een blik die ze vasthield gedurende het concert. Dit terwijl dramatische teksten vol zelfreflectie en bombastische refreinen door de boxen galmden. Af en toe oogcontact zoekend, glimlachend. Omstaanders merkten de connectie op. Een connectie die achteraf nog feller de bovenhand nam toen Lara op me af stapte zodat ze me een knuffel kon geven. Me secondenlang niet meer loslatend. “Ca va een beetje met jou?”. Ik knikte. “Zeker?”, alsof ze doorhad dat mijn onzekerheid mee op sleeptouw was. Vervolgens grabbelde ze mijn gsm uit mijn handen. Zodat enkele selfies gemaakt konden worden. Ik was onder de indruk, niet wetende wat me allemaal overkwam. De vraag “Waarom word ik zo geapprecieerd door haar?” stelde zich repetitief binnenin. Wat ze allemaal vertelde, weet ik niet meer. Een waas. Ik leefde in een waas. Of noem het een wolk. Een roze.

IMG_5952

  • Maxifolk

Eén jaar geleden bezocht ik Maxifolk, het festival bij uitstek voor fervente folkies, voor de eerste keer. Ik maakte toen niet alleen kennis met het alles-kan-alles-mag-gevoel, maar ook met twee artiesten: Heather en Erwin. Gedurende de afgelopen twaalf maanden kreeg ik de eer om hen beter te leren kennen. Een band begon zich op te bouwen. Aangezien ze dit jaar opnieuw de aftrap mochten geven op het festival, aarzelde ik werkelijk geen seconde. Ik moest en zou van de partij zijn. Ongetwijfeld. Mijn aanwezigheid werd hartelijk ontvangen. Zo hartelijk dat we elkaar achteraf opzochten. Het voelt gek om te weten dat Heather me als een vriendin beschouwt. En vriendinnen horen volgens haar te dansen. Toen opeens de ‘An-dro’ werd ingezet, mijn favoriete folkdans (soort pinkendans), was oogcontact voldoende om begrepen te worden. Heather nam mijn hand vast en trok me mee naar de dansvloer. Het was het mooiste moment van de avond. Een avond (ofja: nacht) die afgerond werd met de enige Nederlandstalige woorden die uit haar mond vloeiden: “Ik zie je graag. Heel graag!”.

IMG_6116

XOXO

Lies

 

|| Vooruitgang in vreemde sprongen ||

Enkele maanden geleden zag ik vooruitgang. Eindelijk. Eindelijk durfde ik zonder een hoop schrik zaken doen die voor anderen meestal vanzelfsprekend lijken. Boodschappen doen, onder de mensen komen, naar de kapper gaan, afspreken, met de wagen rijden, concerten bijwonen, praten, mijn lievelings kledij aantrekken, een foto laten nemen, tekeningen delen met de buitenwereld,… In korte tijd zette ik twee stappen vooruit. Ergens maakte ik mezelf wijs dat ik deze waanzinnige vooruitgang wel vol kon houden. Want als het zo makkelijk gaat, dan zal het wel allemaal niet zo moeilijk zijn. Hoopte ik. Vermoedde ik.

Nu loop ik tegen de realiteit aan. De realiteit bestaande uit het feit dat vooruitgang niet lineair verloopt, maar in vreemde sprongen. Bij aanvang het gevoel dat alles voor niets is geweest. Ondertussen het gevoel dat ik in een bos loop. De bomen dicht bij elkaar. Alsof zij teruggestuurd zijn om hier te wachten. Nauwelijks vooruitkomend. Zo veel takken die ik opnieuw weg moet duwen. Zelfs de kleinste twijgen weten mijn onzekerheid te raken. Geen ontkomen aan. Toch schijnt het zonlicht door de boombladeren, bevind ik mij in de adem van de wind tussen de bomen, bevind ik mij daar waar het leven naartoe waait.

Een deel van mij blijft achter. Zal altijd achter blijven. Het deel waagde ooit een poging om met me mee te waaien. Het liet me uiteindelijk toch gaan. Zodat ik verder kon. Zonder om te kijken. Zodat ik zonder reden voor mezelf uit het verleden weer stappen mocht zetten. Twee stappen vooruit, één achteruit. Zo blijkt. Een viertal weken geleden nam ik zonder een concrete aanleiding een pas terug. Wetende dat ik echter wel gegroeid ben in die periode, dat ik vooruitgang boekte. En dat is volgens mij het belangrijkst. Maar toch. Toch doet het pijn. Toch raak ik gefrustreerd. Gewoon. Omdat ik dreig terug te vallen in oude patronen. Omdat het me zo veel energie kost om onzekerheid te overwinnen. Elke dag opnieuw.

Door de vechtlust (en vechtlef, als dit woord zelfs al zou mogen bestaan), is en blijft mijn terug-gezette-stap onzichtbaar voor anderen. Niemand ziet dat bijna alles wat ik doe een hele opgave voor me vormt. Niemand zal ooit merken dat onzekerheid mij klein zal krijgen. Want dat zal ook nooit gebeuren. Een laag zelfbeeld heeft niet het recht om een leven te bepalen. Nu niet. Nooit niet. Ik wil niet terug naar mijn comfortzone, een plaats waar alles blijft zoals het is. Ik wil gaan daar waar ik mezelf kan zijn. Oneindig en vrij. Daar waar ik kan vallen om vervolgens zachtjes terecht te komen. Daar voorbij die grenzen.

Grenzen die telkens opnieuw overwonnen dienen te worden. Om een simpel voorbeeld te geven uit mijn dagelijks leven: liftangst op het werk. Geen angst voor de lift zelf, wel voor het moment waarop de deuren open gaan. Telkens hopend dat ik onopgemerkt kan uitstappen. Schrik om aangekeken te worden. Schrik voor de blikken die op mij gericht kunnen zijn. Elke morgen is dit echter onvermijdelijk. Elke morgen dien ik de lift te nemen naar mijn afdeling. Een lift die uitkijkt op het open bureau van het team dat op dat tijdstip daar aanwezig is. Hoe graag ik mijn collega’s ook zie, hoe enthousiast ik elke morgen ook ben om hen terug te zien,… Het blijft me veel energie kosten om die ‘angst’ los te laten. Stiekem heb ik zelfs al één maal een omweg gemaakt. Gelukkig bleef het bij die ene keer.

Door los te laten. Door te overwinnen. Door te vechten. Drie werkwoorden waaraan ik blijf werken. Steevast. Zonder opgeven. Dit zorgt ervoor dat ik vertrouwen blijf hebben. Ik heb er vertrouwen in dat een stap terugzetten gevolgd zal worden door twee sprongen vooruit. Beweging kan namelijk niet uitblijven in een wereld die onophoudelijk beweegt. Zo snel dat ik nauwelijks het tempo en de druk kan bijbenen. Terwijl niemand lang het ritme van de tijd kan ontlopen, probeer ik voorlopig een pauze in te lassen, probeer ik de lat eventjes op mijn hoogte te leggen. Tijd nemend om te kunnen redeneren. Ook al is onzekerheid een logisch deel van mij, het mag mijn logisch denken niet blokkeren. Vandaar. Ik blijf vooruitkijken.

IMG_6097

XOXO

Lies

|| Collega’s in de kijker ||

Vrienden kan je kiezen, een job gelukkig meestal ook. Maar de collega’s die bij een job horen, heb je niet voor het kiezen. Je krijgt ze er bij. Zomaar. Ze bepalen zelfs grotendeels of je met plezier naar het werk gaat. Desondanks ik het werk beschouw als een plaats om me te verliezen in mijn passie (wie zich verliest in zijn passie is minder verloren dan wie zijn passie verliest, toch?), bevestig ik deze uitspraak. De collega’s inspireren mij, zetten me aan het denken, laten me nieuwe ervaringen opdoen. Ik laat me dan ook maar al te graag omringen door hen. Door mensen waar ik veel van kan en wil leren.

Eén voor één weten ze me iets bij te brengen. Ze laten me al dan niet onbewust inzien dat niets is wat het lijkt als je het van de andere kant bekijkt. Dat de enige grenzen in het leven bestaan uit degene die jij jezelf hebt toegewezen. Dat je niet hoeft te vechten tegen falen aangezien de beste niet bestaat. Dat het niet gaat om winnen of verliezen, maar om accepteren. Dat het geen kwaad kan om jezelf open te stellen daar waar veel mensen beweren dat werk en privé beter gescheiden blijven. Dat zorg gekenmerkt wordt door tijd nemen. Dat men nader tot elkaar kan komen door tot jezelf te komen. Dat iedereen verschillend is, strevend naar hetzelfde doel. Dat als je doet wat je leuk vindt, je nauwelijks hoeft te werken. Maar vooral: dat je niet hoeft te wachten op bijzondere momenten, dat je gewone momenten bijzonder kan maken.

Bijzonder. Door kleine dingen. De steevast enthousiaste “Goeiemorgen” – s, de ondertussen reeds ontelbare fratsen (van een watergevecht met een plantenspuit tot het onder lichte dwang in een tillift gehangen worden), de nooit-gemeende-uitspraken om elkaar in de maling te nemen, de niet zo anonieme opkikkertjes, de post-its voorzien van een kleine boodschap, het soms geven/krijgen van een knuffel (als het van mij zou afhangen start ik elke dag met een knuffel, de mooiste vorm van communicatie, maar dat zou nogal raar zijn, gok ik), het luisteren zonder invullen, het aanvaarden zonder oordeel, het helpen zonder vragen,… De kleine dingen. De kleine momenten. Van een onschatbare waarde. Soms heb je hele bijzondere en waardevolle ontmoetingen. Dan huil je een traantje van geluk. Echter is het niet het geluk dat me zo dankbaar maakt, maar vooral de dankbaarheid. Dankbaarheid voor het geluk.

Voor anderen een glimlach zonder reden. Voor mij alle redenen die me aan het team doen denken. Sprakeloos. Geen woorden, veel waardering. Alles is daarmee gezegd. Ook voor zaken die vanzelfsprekend zijn mag waardering worden uitgesproken. Toch is weinig vanzelfsprekend als je ontdekt hoeveel er is om dankbaar voor te zijn. Dankbaarheid die je voelt als het leven niet vanzelfsprekend is, als je het kunt toelaten in je bestaan. Dankbaarheid die je kunt voelen als je weet wat missen is, als je iets als waardevols kunt zien. Het begrip “waardevol”, het blijkt bij nader inzien een synoniem te zijn voor “collega’s”.

Desondanks heb ik schrik. Schrik voor het aan-alle-mooie-liedjes-komt-een-einde-spreekwoord. Wetende dat de kans bestaat dat ik morgen al afscheid moet nemen van mijn afdeling, klaargestoomd zal worden om een frisse wind te laten waaien op een andere afdeling. Ik wil geen afscheid nemen. Ik wil niet met zachte vingers dichtdoen wat voorbij zou zijn, om het in goede gedachten ter herinnering te verpakken. Het bezorgt me angst. Angst die ik voel aangezien ik mensen dreig kwijt te raken, het wordt groter naarmate ik er meer aan denk. Ik denk dan ook dat ik te veel denk, dat heb ik me laatst bedacht. Maar bedenken dat ik teveel denk, brengt me niet veel verder.

Hoe moeilijk het ook is, ik probeer het anders te bekijken. Dat afscheid nemen, niet gelijk is aan loslaten. Maar dat het een andere manier is van vasthouden. Hoe gelukkig ben ik zelfs, dat ik iets heb dat afscheid nemen zo moeilijk maakt. Ook al hoop ik nog steeds dat ik nog een paar weekjes op mijn vertrouwde afdeling 2 mag blijven, het afscheid ligt hoe dan ook om de hoek. Bij deze wil ik alvast eventjes de collega’s van afdeling 2 in de kijker plaatsen:

Bedankt Katleen. De persoon die structuur vindt in chaos, die telkens mijn vragen van een antwoord weet te voorzien, die met raad en daad paraat staat. Niets is haar te veel. Ze deed mijn hoge dosis stress op mijn allereerste werkdag, een dag van cruciaal belang, als sneeuw voor de zon verdwijnen. Door de rondleiding, door de informatie.

Bedankt Katrien. De persoon die met fonkelende ogen over haar familie vertelt, net zoals ze de job met evenveel passie uitvoert. En dat ik telkens een nog grotere glimlach op het gezicht verkrijg als ik haar tegen anderen hoor zeggen “Lies is een gouden persoon” of “Ze lacht echt altijd” (maar dan in het West-Vlaams uiteraard).

Bedankt Hilde. De persoon die zichzelf durft te zijn, die eerlijk over haar leven vertelt, die durft aan te tonen dat het leven niet enkel rozengeur en maneschijn is. Maar vooral: een persoon met ontelbare talenten. Hoe vaak ik het haar ook zeg, ik gok dat ze me niet gelooft. Ik hoop oprecht dat ze ooit haar eigen kunnen correct zal inschatten, in plaats van zichzelf te onderschatten.

Bedankt An. De persoon die mijn ietwat domme blunders een plaats weet te geven (het feit dat ze me er nog vaak mee confronteert, laat ik maar achterwege). Ze bezit niet alleen een dosis humor om ‘u’ tegen te zeggen, maar ook een hoog gehalte enthousiasme. Enthousiasme op de werkvloer, en hoogstwaarschijnlijk ook daarbuiten. Levensgenieter. Ongetwijfeld.

Bedankt Sophie. De persoon die elke dag start en afsluit met een lach. Een aanstekelijke lach. Desondanks liet ik ook al een traan. Van geluk. Toen ze me liet weten dat het allemaal goed komt op de nieuwe afdeling, dat ik gewoon mezelf moet zijn. Dat mezelf zijn al meer dan goed is. ‘Kleine’ dingen kunnen me zo gelukkig maken.

Bedankt Kimberly. De persoon met wie ik regelmatig een gesprek voer. Over vanalles en nog wat. Het viel me dan ook al meermaals op dat ze een groot talent bezit. Het talent om tussen de regels door onuitgesproken woorden op te vatten. Zowel tijdens gesprekken met bewoners, als met collega’s. Empathisch zijn, het is een gave.

Bedankt Elien. De persoon die altijd te vinden is voor een grapje, al moet ik toegeven dat het een geduchte ‘tegenstander’ is. Klein maar dapper, dé omschrijving bij uitstek. Wat ik al geleerd heb? Geen enkele plantenspuit is veilig in haar buurt. (Haar wraak was zoet. En nat.) Maar daarnaast bezit Elien eveneens een prachtige persoonlijkheid hoor. Echt.

Bedankt Elke. De persoon die sneller werkt dan het licht. Bijbenen is geen optie, iedere poging lijkt te mislukken. Dankzij haar schreef ik me eveneens onlangs in voor het personeelsfeest, terwijl ik eigenlijk niet van plan was om te gaan. Ik ben het namelijk niet gewend om weg te gaan met anderen. Ik krijg al snel het gevoel dat ik anderen ‘stoor’ met mijn aanwezigheid. Maar hé, let’s give it a try.

Bedankt Karolien. De persoon die ik eigenlijk nog niet echt goed ken, wat niet weerhoudt dat ik haar niet beter wil leren kennen. Integendeel. Ik gok zelfs dat er veel boeiende verhalen achter haar lach schuilen. Stille waters, diepe gronden? Wat ik wel weet is dat ze enorm geliefd is bij zowel de bewoners als het team. En terecht!

IMG_5671

XOXO

Lies

(Eigenlijk zou ik, bij wijze van afscheid, nog enkele foto’s willen maken. Samen met de collega’s. Ter herinnering. Ter vervollediging van mijn “wall of happiness” waarmee ik in april startte. Aangezien de collega’s me gelukkig maken, zouden ze eigenlijk niet mogen ontbreken op die muur. Maar euh. Het idee alleen al klinkt gek. Dus laat al maar.)

|| Ik leef ||

Schrijven. De uitlaatlklep voor moeilijke praters. De uitlaatklep voor mijn emoties en gevoelens die me dagelijks overrompelden. De drempel om de pen vast te nemen lag me nooit te hoog. Nog voor ik de correcte pengreep wist te hanteren, vloeide de inkt reeds over het papier. Het papier dat ik mijn hersenspinsels wist toe te vertrouwen. De talrijke dagboeken als comfortzone beschouwend. Mijn veilige haven. Schepen mogen dan wel veilig zijn in een haven, dat is niet waarvoor schepen zijn gemaakt.

Met een bang hart besloot ik een tijdje geleden om oude gebeurtenissen terug naar boven te halen. Zodat losse, met de hand neergepende, verhalen aan elkaar geknoopt konden worden. Tot één geheel. Een project van lange duur. Een lange, zware duur. Meermaals terug geflitst naar een tijd waarmee ik niet meer geconfronteerd wou worden. Pretenderend dat het een afgesloten hoofdstuk vormde. Maar niets is minder waar. De ogen sluiten voor het verleden, is net als het lopen in het heden, richting toekomst. Het hoort erbij. Het schrijven van het verhaal bracht me dan ook tot inzicht. Ik merkte zaken op. De verschillende stukken vervolledigden de puzzel.

De puzzel kon herleid worden tot één kernwoord: angst. Wat nog niet gebeurde, had ik al gevreesd. Elk rampenverhaal was door mij al bedacht. Al verloren voordat ik wat gaf. Angstig ontlopen wat niet ontlopen kon worden. Het gevoel dat de eeuwige vernedering zou blijven bestaan, dat ik zou blijven toekijken naar hoe ik mezelf niet was. Naar hoe ik mezelf niet kon en mocht zijn. Tranen rolden niet. Verbazingwekkend. Te leeg. Alsof zelfs emotie van me ontnomen werd. Ik schreeuwde. In stilte. Niet durven. Alles hield me tegen. Zelfs het luisteren naar de stemmen die spraken in diezelfde stilte. Die ene stem die verlangde naar geluk, vriendschap en vrijheid. Machteloos.

Elke dag overleven, angstig voor het leven. Niemand. Was ik. Vertoevend in een steeds dichter wordende mist. Wanhopig zoekend naar wat ik wou worden, naar wat ik wou zijn. Verloren woorden. Mijn leven. Stillaan weg zinkend in een oneindig moeras. Jarenlang verborg ik samen met mijn onzekerheid de persoon wie ik werkelijk was. Zelfs nu heb ik nog moeite om te zeggen dat ik blij ben met wie ik ben, dat ik blij ben met wie ik in de spiegel zie. Niets in de wereld kan je zoveel zorgen geven als je eigen gedachten. Maar soms moet je vergeten wat je denkt, en onthouden wat je waard bent.

Tijd heelt alle wonden, wordt beweerd. Maar tijd is slechts een illusie. Of bittere werkelijkheid. Veel te weinig, nooit genoeg. Veel te snel en soms niet snel genoeg. Toch is die onrustige storm in mijn hoofd, eindelijk gedoofd. Door zekerheid te creëren, door te accepteren dat onzekerheid deel is van mijn leven. Het is knokken. Vechten. Elke dag opnieuw. Op de tafelrand in de kruimellaag balanceert elke morgen opnieuw mijn zachtverpakte hoop onzekerheid. Maar het feit dat ik nu durf te springen, durf te vallen… geeft me kracht. Ik laat mijn leven niet meer door angsten vergallen.

Mijn leven werd heringericht. Zo volg ik momenteel eindelijk privé-gitaarlessen nadat ik gedurende mijn kinderjaren uit de muziekschool gepest werd, durf ik na jaren terug het zwembad te betreden, winkel ik zonder schrik voor de mensen om me heen, zonder ik me nog zelden af op mijn kamer, heb ik eindelijk de kans om mijn vrije tijd optimaal te benutten, draag ik kleren die mij typeren, schaam ik me minder om mijn lengte, woon ik tal van concerten bij, laat ik al met mondjesmaat mensen toe in mijn leven,…

Toch vind ik nog steeds dat ik geen fouten mag maken, denk ik vaak dat anderen me niet leuk vinden (doemgedachten, niets zo vervelend als doemgedachten), richt ik me regelmatig alleen op wat niet gelukt is, zie ik zelden een middenweg, vergelijk ik me te veel met anderen (anderen zijn volgens mij altijd beter), leef ik met de schrik om gekwetst te worden (zelfs om geliefd te worden),…  Het vraagt veel energie om de onzekerheid van me af te schudden. Niettegenstaande het me allemaal enorm veel moeite kost, geef ik nooit meer op wat ik echt graag wil. Ik wil niet met spijt terugblikken op gemiste kansen. Maar met trots op gewaagde kansen.

De combinatie van het nauwelijks gehad hebben van een normale kindertijd / jeugd met de confrontatie van jarenlange pesterijen, laat sporen na. Onvermijdelijk. Laat dan ook één iets duidelijk zijn: fouten maken is menselijk, iemand bewust kwetsen niet. Zo’n plooien worden, naar mijn mening, nooit meer gladgestreken. Zie het als een hoopje scherven. Terug gelijmd, maar breuken blijven zichtbaar.

IMG_5544

XOXO

Lies

|| Geluksmomentjes ||

Geluksmomentjes, iedereen kent het. Of toch: iedereen hoort het te kennen. Een moment, een woord, een knipoog. Een overdadig gevoel van intens geluk overheerst. Een glimlach verschijnt op het gezicht. Desondanks het leven het ene moment er wat rooskleuriger uitziet dan het andere moment, zijn er altijd kleine dingen. Kleine dingen die geluk kunnen veroorzaken. Er aandacht voor hebben is een must, een minigeluksmoment bevindt zich maar al te graag in een klein hoekje.

Een tijdje geleden besloot ik om samen met een vriendin deel te nemen aan de 365-geluksmomentjes-challenge. Een uitdaging waarbij één jaar lang elke dag minimaal één kleine gelukmaker gezocht wordt, waarbij deze geluksmomentjes genoteerd worden. Een terugblik mogelijk makend. Het kan alles zijn. Werkelijk alles. Van een ontmoeting met een vriend tot een heel lekker koffietje in een koffiebar. Van een gevoel om thuis te komen na een zware dag tot het getik van regen tegen het raam.

Ikzelf start pas op 1 september 2017 aangezien ik nog enige voorbereidingen dien te treffen. Zo wil ik namelijk een persoonlijke touch schenken aan de challenge. In plaats van de geluksmomentjes vast te leggen op foto om deze vervolgens te delen op de social media, schafte ik mezelf een vintage notitieboekje aan. Niet elke gelukmaker kan namelijk vastgelegd worden op foto. Gok ik. Een combinatie van poëzie, foto’s, schetsen, schrijfsels,… zal mijn ‘little happiness’ beschrijven. Weergeven. Per dag. Net zoals deze proefperiode, die tot nu toe heel basic is:

29 juli 2017:

Lara, de frontzangeres van Intergalactic Lovers, rende het podium af om me een knuffel te geven. Ze hield me zo lang en stevig vast. Intens geluk.

30 juli 2017:

Wakker worden met een bericht van Lara. “Baby, ik hou van u” vergezeld met een liefdevolle emoticon. Mijn hart. Intens geluk.

31 juli 2017:

Een knuffel van een collega. Onverwachts. Vergezeld van de woorden “Jij verdient geluk, echt waar!”. Bedankt Hilde. Intens geluk.

1 augustus 2017:

De volledige cd van Tourist LeMC nogmaals beluisterd. Hoe muziek geluk veroorzaakt. Waanzinnig. Intens geluk.

2 augustus 2017:

Baaldag vandaag. Iemand die oprecht naar me luisterde, verdient met glans de eer om als geluksmoment beschouwd te worden. Bedankt Nienke. Intens geluk.

3 augustus 2017:

Op het werk kreeg ik vandaag lieve woorden op een post-it. Van een jobstudent. Eeuwige dankbaarheid. Het deed wat met me. Bedankt Noor. Intens geluk.

4 augustus 2017:

Thuiskomen na een uiterst drukke werkweek en beseffen dat je de volgende dag eindelijk lekker lang kan uitslapen. Hemels. Intens geluk.

5 augustus 2017:

Festival Dranouter. Naast het feit dat ik in goed gezelschap vertoefde en met volle teugen genoot, maakte die ene telefoon (en vervolgens: face-to-face-babbel) me nog gelukkiger. Bedankt Seppe. Intens geluk.

IMG_5216

XOXO

Lies

|| BeYOUtiful ||

Mensen zijn als boeken. De buitenkant is meestal anders dan het verhaal vanbinnen. Beoordeel mensen dan ook niet, net zoals een boek niet op zijn kaft beoordeeld dient te worden. Net zoals achter elke glimlach iets schuilt wat niet zichtbaar is. Een lach kan veel vertellen maar het kan minstens evenveel verbergen.

Een verborgen verhaal flitste vandaag voorbij. Ik werd geconfronteerd met de wereld die ik jarenlang wegduwde, met de periode waarin ik de eeuwigheid noch klank, noch woord wou bieden. Ik liep namelijk mijn volleybaltrainster van vroeger tegen het lijf. Niet echt verbazingwekkend, wetende dat ze in hetzelfde gebouw werkt. Uit het niets sprak ze woorden uit. Woorden waardoor een afgesloten hoofdstuk terug opgerakeld werd. Ze deelde me mee dat de sportclub, waar ik enkele jaren in vertoefde, vandaag de dag pesterijen aanpakt. Dat ze momenteel een slachtoffer van pestgedrag hulp schenkt. "Ik wil niet dat het meisje hetzelfde meemaakt als jou. Echt niet. Ik help haar!" Dit terwijl je beide ogen sluiten, sneller gaat dan ze openen. Zwijgen is echter geen goud wanneer stilte voor de meesten voor zichzelf spreekt.

Ook al kon ik toen niet geholpen worden, toch voelt het goed. Goed om te weten dat mijn (voor-haar-niet-zo-verborgen) verhaal jaren na datum de aanzet is om iemand te helpen. Het verzacht de pijn van toen. Toen. Toen ik me als een muis voelde. Een muis in een val. Alhoewel ik kon lopen en rennen, toch toeklappen zou. Ik kon er nooit over praten. Noch thuis, noch op school. Hun hulp kon toch niet baten. Niettegenstaande het eigenlijk scheelt als je deelt. De eenzame ik hoopte gewoonweg op een betere toekomst. Met steevast een lach op het gezicht. Verdriet voor de buitenwereld verborgen houdend. Meer dan tien jaren lang. Nauwelijks buiten durven komen, om daar hulp en steun te vragen.

Hulp en steun vragen, deed ik nooit. De ontdekking van personen die de pijn in mijn ogen zagen, terwijl de anderen nog steeds geloofden in de glimlach op mijn gezicht, was mijn ultieme redding. Opgeven deed ik daardoor gelukkig niet. Je geeft pas op als er geen hoop meer is. Je stopt pas met vechten als er niks meer is om voor te vechten. Want hoop is nog een kans, een kans op iets waar je op hoopt. Hoop op geluk. Geluk dat ik vond na een eindeloze tocht. Geluk dat ik beschouw als het mooiste wat er ooit werd uitgevonden, het gevoel dat heel de wereld naar je lacht. Tegenwoordig kijk ik onverstoorbaar om me heen en besef meteen dat geluk te vinden is in alles. En zelfs in iedereen.

Vandaar de boodschap: geloof in geluk en dromen, dat is de start. Achtervolg het niet. Dat heeft geen zin. Van volgen blijf je achter. Denk vooruit. Dan word je er door achtervolgd. Verdwaal niet in eindeloos zoeken naar verloren geluk en dromen. Begraaf je niet in tijd, bedolven onder pijnlijk stof. Durf te dromen. Te dromen van geluk. Het kost moed. Moed die moeite kost net als dromen durven doen. Mislukken mag, het is zoveel leuker dan nooit proberen. Zij die ja zeggen worden namelijk beloond door de avonturen die ze hebben. Zij die nee zeggen door de veiligheid die ze bereiken. Veiligheid door grenzen. Hoewel de enige grenzen in het leven bestaan uit degene die jij jezelf hebt toegewezen. Verdwaal. Raak de weg wat vaker kwijt. Geluk vind je niet op de bestemming, maar op jouw pad.

Een pad dat jijzelf dient te bewandelen. Laat je niet beïnvloeden door anderen. Laat je niets wijsmaken. Noch door anderen, noch door jezelf. Je hoeft niet alles te geloven wat je denkt. Niets is wat het lijkt als je het van de andere kant bekijkt. Ontdoe je van al je moeten, zo ontmoet je jezelf. Leer nee zeggen zonder je schuldig te voelen. Het is niets anders dan op een respectvolle manier zorg dragen voor jezelf. Leg de lat niet te hoog, maar op jouw hoogte. Het mooiste wat je namelijk kunt worden is jezelf (BE YOU), je perfecte imperfecte zelf. We zijn immers allemaal mensen. Mensen van de wereld. Met onzekerheden. Dans ermee, het zijn delen van jou. Op die manier geef je elke dag de kans de mooiste van je leven te worden. Op die manier loop je met minder zorgen naar morgen, naar waar plannen veelal nog niet vastliggen maar dromen wel.

Dromen die ik stap voor stap in vervulling zie gaan. Waaronder mijn droomjob die ik met hart en ziel uitvoer. Zelfs in deze wel zeer drukke tijden. Al moet ik zeggen dat het me niet zou lukken zonder de onvoorwaardelijke steun van mijn lieve collega's, waarvoor oprechte dankbaarheid. Ergotherapeuten, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, zorgkundigen, medewerkers binnen de logistiek, vrijwilligers, vakantiejobbers,… Stuk voor stuk personen die ik bewonder. Ze leven voor wat en wie hen lief is, ze geven alles wat ze kunnen. Ik hoop maar dat ze ook de tijd nemen om zichzelf hetzelfde te gunnen. They are worth it.

BEYOUTIFUL

 

 

Afronden met een kleine doordenker: tussen wat wordt gezegd en niet bedoeld en wat wordt bedoeld en niet gezegd gaat de meeste liefde verloren.

XOXO

Lies

|| Muzikale mood ||

Zomer 2017. Talrijke concerten passeerden inmiddels de revue. Van Tourist LeMC tot Wally met daar ergens tussenin Faran Flad, Spielerei, O’brass,… Noem maar op. De zomer zat nooit eerder zo tjokvol. Tijd om op adem te komen is er niet. Integendeel. Muziek wordt geademd. Ik leef.

De kracht van muziek bestaat eruit dat het mensen samen brengt. Dat is duidelijk. Zelfs aan het Q-beach house te Oostende waar ik afgelopen vrijdag naartoe trok. Middenin de mensenmassa met een sangria in de hand, genietend op het strand. Om vervolgens aan de praat te raken met de presentatrice van dienst: Marie. Beschouwend als de kers op de taart van een wel zeer geslaagde zomeravond.

Geslaagde avonden die zich reeds meermaals wisten te herhalen en die zich uiteraard nog frequent zullen voordoen. Mijn zomeragenda bevat dan ook nog tal van muzikale uitjes, met onder andere concerten van Bazart, Erwin & Heather, Raymond Van Het Groenewoud, Warhaus, De jeugd van tegenwoordig, Arno, Snaarmaarwaar, Gravil Unit, Nevermind Nessie, Kadril,…

Al wordt hét hoogtepunt bij uitstek ongetwijfeld het concert van Intergalactic Lovers. Vorige week ontdekte ik echter nét te laat dat deze Belgische indie-rockband een verrassingsconcert zou geven gedurende de Gentse Feesten in de Charlatan. Tickets vlogen blijkbaar de deur uit. Gemiste kans. De kans om de frontzangeres succes te wensen via een bericht, wist ik daarentegen wel te grijpen. Het antwoord dat volgde in de verste verte niet aan zien komen. Ik schrok.

Het besef dat ze er zelfs aan dacht om, indien mogelijk, iets te regelen. Ongeloof teweeg brengend. Nu ben ik nog meer vastberaden om moeite te doen voor haar, om ze live aan het werk te zien. Vandaar dat ik mezelf vandaag een ticket aanschafte voor een festival in Nederland. De grens oversteken om een concert bij te wonen, nooit verwacht dat ik dit zou doen. Maar als het op Intergalactic Lovers aankomt, ben ik tot alles in staat. Intergalactische liefde kent geen grenzen.

Ter gelegenheid van dit festival dat aanstaande zaterdag plaatsvindt, werd het startschot van mijn zoektocht naar de ideale outfit gegeven. De zoektocht werd beloond met de meest unieke kleren (en schoenen, oeps I did it again) ooit. Helemaal mijn stijl: retro met een hoekje af. Als surplus stapte ik eveneens impulsief, zonder afspraak, naar de kapper. Om mezelf een totaal ander kapsel aan te schaffen. Een kapsel waarvan ik al jaren droomde.

I’m totally ready to rumble.

XOXO

Lies

PS: de ideale gelegenheid om mijn tien meest grijsgedraaide songs mee te delen.

  • Intergalactic Lovers – “No regrets”
  • Lara Chedraoui – “Crystalised” (cover van ‘The XX’)
  • Tourist LeMC – “Miljonaire”
  • Wally – “Als de wereld”
  • Faran Flad – “The shaking of the sheets”
  • Florence and the machine – “Cosmic Love”
  • Eefje De Visser – “Hartslag”
  • Lorde – “Green light”
  • Dua Lipa – “Lost in your light”
  • Regina Spektor – “Fidelity”

|| Gentse Feesten ||

Het ‘Muzikantenhuis’, gisterenavond beschouwend als de plaats bij uitstek om te vertoeven. Deze kleine, maar oergezellige kroeg in hartje Gent nodigde ter gelegenheid van de Gentse Feesten één van de meest bekende folkbands uit: Faran Flad. Een rasechte folkband, keer voor keer een vocaal feest teweegbrengend mede dankzij de Engelstalige zangeres Heather Grabham. Deze centrale figuur ontdekte ik een jaar geleden gedurende een festival. Toen geen toenadering durven zoeken. Ondertussen, een jaar later, werd er inmiddels een vriendschap opgebouwd.

Vandaar dat ik gisteren in gezelschap van mijn ouders (vooral: dankzij mijn ouders) naar de kroeg in Gent trok. Een uur op voorhand de bestemming bereikend. De soundcheck weerhalmde tot buiten. Onze nieuwsgierigheid kon het niet langer bedwingen. We gingen een kijkje nemen. Heather spotte ons meteen, vol enthousiasme de woorden “Oooh so cool!” uitsprekend gepaard met de nodige armzwaaien. We namen plaats aan een tafel en kregen al snel een Belgisch biertje voorgeschoteld. Niet veel later werden we omringd door de familie van de band en kwamen gesprekken tot stand.

Na de soundcheck kwam Heather eventjes langs, mijn beste Engels boven halend. In al haar vrolijkheid vloog ze me in de armen, terwijl ze allerlei vragen op me af vuurde in verband met mijn trip naar Peru. Niet wetende welke vraag ik eerst diende te beantwoorden. Ik verkreeg het gevoel dat ze echt oprecht gelukkig was dat wij aanwezig waren, dat wij speciaal naar Gent trokken om het concert mee te pikken. Geluk veroorzakend. Geluk dat alleen maar versterkte door het unieke voorprogramma uit onverwachte hoek. Rechtstreeks uit Edinburgh kwam een artieste haar talent delen. Een harp, meer had ze niet nodig om iedereen sprakeloos achter te laten.

De trend werd voortgezet. De eerste noten van Faran Flad weerklonken in de kroeg. Iedereen raakte in de magische folksfeer. Verstand op nul, de muziek laten heersen. Geklap, geklop, geroep. De rasechte folkies wisten de muziek overduidelijk te smaken. De losse, Engelstalige bindteksten met een humoristische toets vormden een meerwaarde gedurende dit zeer intieme optreden. Alles kon. Alles mocht. Meezingen daarentegen was een must. Het was de band dan ook blijkbaar opgevallen dat ik woord voor woord van ieder lied dat de revue passeerde kon meezingen. Ik werd er over aangesproken. Alsof het zeldzaam was.

Na afloop kwam Heather in gezelschap van haar kleine oogappel, haar dochtertje, nog eventjes langs aan onze tafel. Om me een knuffel te geven. Uit dankbaarheid. Net terwijl ik haar eigenlijk een knuffel wou geven. Eveneens uit dankbaarheid. We raakten meteen daarna aan te praat. Middenin het gesprek excuseerde ik me aangezien ik niet op een vertaling kon komen. Figuurlijk achterover vallend toen ze doodleuk meedeelde dat ze ook gewoonweg Nederlands kan praten. Dit terwijl onze gesprekken al één jaar lang in het Engels plaatsvinden. Gekker dan dit zal het niet worden. Of toch. Want na dit nieuws werd het gesprek terug in het Engels voortgezet. Noem het een gewoonte.

Bedankt Heather, Erwin, Jan en de violist waarvan de naam me telkens ontglipt. Bedankt voor de meest magische avond ooit. Een concert in intieme kring, zonder versterking. Gewoon. Puur. Dat is hoe folk hoort te zijn. Dat ik al uitkijk naar de volgende concerten waaronder het huiskamerconcert, YAY! (Vandaag trok ik na een wel zeer korte nachtrust opnieuw naar Gent, the place to be gedurende de Gentse Feesten. Vandaag op het menu: Sien-tijd.)

Bij deze enkele kiekjes. Wazige kiekjes. Maar hé, hoe waziger, hoe meer sfeer. Toch?

XOXO

Lies